Gedichten als inleiding op een rouwkaart, advertentie of in een bidprentje

 

Er is een vaste wet in ons leven,
als de ene deur voor ons sluit,
gaat een ander open.

Ons moedertje-lief is niet meer,
haar geest was nog helder,
maar haar lichaam kon niet meer.

Groot was zijn/haar liefde,
groot is het verdriet,
Prachtig zijn de vele mooie herinneringen.

Veel fijne herinneringen
verzachten onze smart.
Voorgoed uit ons midden
maar altijd in ons hart.

Opeens                                        .
was er nog zo veel te zeggen
Opeens
was er nog zo veel te vragen
Opeens
is het te laat.

Als het leven lijden is,
komt de dood als een vriend/verlossing.

In liefde met allen heb ik geleefd,
In vrede met Christus ben ik heengegaan.
Wanneer zijn dag is als gisteren
en morgen wordt vandaag.
Het is wachten op dat ene moment
en ik begrijp zijn vraag.

Rust nu maar uit,
je hebt je strijd gestreden,
je hebt het dapper gedaan,
wie kan begrijpen hoe je het hebt gedaan,
wie kan voelen wat je hebt doorstaan?

Rust nu maar uit.
Je hebt nu rust gevonden
al is vol droefheid ons hart.
Je lijden zien en niet kunnen helpen
dat was onze grootste smart.

Je handen hebben voor ons gewerkt
Je hart heeft voor ons geklopt
Je ogen hebben ons tot het laatst gezocht.
Rust nu maar uit.

Zijn stoel is leeg,
zijn stem is stil.
Wij zeggen: “Heer’
Het was uw wil.”

Het leven is als sneeuw
je kunt het niet bewaren,
troost is dat jij er was
uren, dagen, jaren.

Hand in hand zijn wij gegaan
tot aan de drempel,
moegestreden, maar omringd door onze liefde,
ben je moedig en rustig heengegaan.

Leven
Leven is geen zaak van jaren,
van ‘wat je viert’ of  ‘wat je lijdt’
ergens is het nog iets anders,
dan alleen een zaak van tijd.

Leven is geen zaak van jaren,
leven heeft een diepere zin,
je kunt het voelen ‘aan het einde’
en ook een beetje ‘bij het begin’.

Bewaar een woord, voor mij in stilte,
O, wereld, wanneer ik dood ben.
“Ik heb u lief gehad.”

U maakte deel uit van het geheel,
uniek en vol herkenbaarheid,
de schakel is verbroken,
de lege plaats een feit,
verdriet vermengd met dankbaarheid,
want u hoorde er zo bij.

Bewonderenswaardig was haar levenskracht.
Sterk was zij in haar strijd tegen haar ziekte.
Groot was haar liefde voor dierbaren.
Nu is zij in rust van ons heengegaan.

Een ongelijke strijd tegen de ziekte
waar niemand tegen kan blijven vechten.
Ondanks het verdriet en de pijn
is het ons samen gelukt
op een goede manier
afscheid van elkaar te nemen.

Leegte
Er komt een dag,
voor iedereen verschillend,
voor de ene vroeg,
voor de ander laat.
Dat zij, die jou het leven gaf,
het zelf weer verlaat.
Er komt een dag, dat je alleen bent,
nooit meer ben je iemands kind.
Nooit was iemand je zo dierbaar,
niemand heeft je zo bemind.
Nooit meer kind van je moeder,
je kindertijd voorgoed voorbij.
Niemand kan de leegte vullen
die zij achterliet bij mij.

De mooiste bloemen worden het eerst geplukt

Ook het water heeft een stem,
slechts wij zijn sprakeloos…

 

 

Als ik even mijn ogen sluit,
en het leven vloeit eruit en men vraagt:
Was het goed of was het matig?
Was het vlot of statig?
Blijf bij die vraag niet langer staan
vergeef me, ik heb mijn best gedaan

Het diepste verdriet wordt zo dikwijls verzwegen.
Voor het diepste geluk schieten woorden te kort,
wij zijn met onze diepste verlangen verlegen,
waar het liefste bezit slechts herinnering wordt.

De reis
Voor de reis begint
als de dokter het hoofd schudt
de familie zachter gaat praten
Zal ik weten, Heer
Dat Uwe Eeuwigheid dichtbij is.
Ik weet niet of ik in paniek zal raken,
opstandig zal worden, wanhopig zal zijn.
Een vraag Heer,
kom zelf en geef mij uw hand
voor de reis begint.

En toch telkens weer
Zullen we je tegenkomen.
Zeg nooit: ‘het is voorbij.’
slechts je lichaam werd ons ontnomen.
Niet wat je was
en ook niet wat je zei.

Het laatste beetje is nu op,
veel had ik te verduren.
Het kaarsje is nu opgebrand,
gedoofd zijn alle vuren.
Voor mij die het aangaat
is het niet erg,
Ik heb genoeg geleden.
voor hen die ik achterlaat,
Vaarwel en wees tevreden

Vele jaren ben jij bij ons gebleven,
voor gezin en kinderen alles gegeven.
’t Was een leven van grote werkzaamheid
altijd opnieuw weer tot weldoen bereid
God riep je weg uit dit aardse bestaan.
Eeuwig dank, voor wat je voor ons hebt gedaan.

De zee
is intens
de zee
geeft je kracht
de zee
is voor tranen
altijd heel zacht

De zee
rustpunt in mijn bestaan
Daar kan ik
dromen en verlangen
En mijn ziel
op golven laten varen.

De letters van jouw naam,
staan in ons hart geschreven

Veel geleden, moegestreden
eindelijk bevrijd,
weggegleden uit het heden
naar een pijnloze tijd.

Je wereld werd kleiner
Beelden gingen vervagen
Gedachten vulden je dagen.
“het is goed zo.”

En als ik dood ga
huil maar niet.
Ik ben niet echt weg
moet je weten,
’t is maar een lichaam
dat ik achterliet,
dood ben ik pas
als jij mij bent vergeten.

Er loopt een regenboog
Van jou hart naar dat van mij,
Je bent dan nu heel ver
Maar toch ook heel dichtbij.

Geniet van het leven
Geef die glimlach of dat compliment
Geniet met volle teugen
Zorg dat je gelukkig bent
Geniet van alles wat het leven biedt
Want al denk je dat morgen je wordt gegeven
Zeker weten doe je het niet.

Mijn liefde blijft aanwezig
zal niet worden uitgeblust.
Er is geen hand meer in de mijne
geen mond meer die mij kust.
Geen lach meer in de verte
geen streling door mijn haar.
Niet meer samen zitten
en kijken naar elkaar.

Kleine vlinder
Zo mooi, zo lief en teer…
Ik heb het gevoel dat je me wat zeggen wil.
Je fladdert met me mee en om me heen.
Telkens weer…
Klein zieltje dat me troost brengt,
verwondering in mijn hart verspreidt
en zoveel mooie gevoelens meer.
Op deze speciale momenten
laat je me even het verleden vergeten
en herinner ik me de mooie momenten weer.